Uw pensioenkapitaal omzetten in een variabel pensioen

Voordat u met pensioen gaat, kunt u kiezen wat voor pensioenuitkering u wilt: een vast of een variabel pensioen. Deze keuze geldt voor het pensioenkapitaal dat u mogelijk vóór 1 januari 2015 hebt opgebouwd in de oude DC-regeling. Deze regeling is per 1 januari 2015 gesloten. In Mijn Pensioencijfers en op uw jaarlijkse pensioenoverzicht kunt u zien of u kapitaal hebt opgebouwd in de DC-regeling.

Wat is een vast pensioen en wat een variabel pensioen?

1. Stabiel pensioen
Bij een vast pensioen weet u ongeveer welk bedrag u maandelijks ontvangt voor de rest van uw leven. Het bedrag kan alleen hoger worden als we uw pensioen kunnen laten meestijgen met de prijzen. Of dat lukt, hangt af van onze financiële positie . Het bedrag kan alleen lager worden als we uw pensioen moeten verlagen omdat onze financiële positie slecht is. We zetten deze maatregel alleen in als het écht niet anders kan.

Bij ons fonds is een vast pensioen geregeld. Als u geen keuze maakt, gaan wij ervan uit dat u kiest voor een vast pensioen.

2. Variabel pensioen
Bij een variabel pensioen staat het bedrag dat u krijgt niet vast, omdat met uw pensioenkapitaal nog wordt belegd. Gaan de beleggingen goed, dan stijgt uw pensioen. Uw pensioen kan meer stijgen dan de stijging van de prijzen. Maar uw pensioen kan ook lager uitvallen als de beleggingen tegenvallen. Het is zelfs mogelijk dat uw pensioenkapitaal minder waard wordt in het geval van een negatief netto rendement. U weet dus niet van tevoren hoeveel pensioen u de rest van uw leven krijgt.

Wilt u liever een variabel pensioen? Dan kunt u daarvoor terecht bij een verzekeraar of bank. Met het pensioenkapitaal dat u bij ons hebt opgebouwd, koopt u dan bij een verzekeraar of bank een variabel pensioen in. Dat is uw ‘shoprecht’.

Gevolgen voor partnerpensioen

Als u hebt gekozen voor een ouderdomspensioen in combinatie met een partnerpensioen, dan wordt de variabele uitkering ook doorberekend in uw partnerpensioen. Het partnerpensioen is ongeveer 70% van het ouderdomspensioen en varieert al naar gelang uw ouderdomspensioen varieert.

Wat moet u doen?

15 jaar vóór uw pensioenrichtleeftijd (dat is op dit moment 68 jaar) maakt u een voorlopige keuze. U ontvangt van ons een brief met informatie. U kunt dan een voorlopige keuze maken tussen een vast en een variabel pensioen. Deze keuze kunt u elk jaar aanpassen.

Ongeveer drie maanden voor uw pensioenrichtleeftijd moet u een definitieve keuze maken. Daarover ontvangt u automatisch een brief van ons fonds met daarin een berekening van uw pensioenkapitaal en de uitkering die u kunt verwachten voor een vast pensioen.

Wat kunt u doen?

Ga naar Mijn Pensioencijfers en controleer hoeveel ouderdomspensioen en partnerpensioen er voor u geregeld is bij ons fonds.

Wat kunt u verder doen?

Twijfelt u over welke keuze u moet maken? Ons pensioenfonds kan en mag u daarover niet adviseren. Een onafhankelijk financieel adviseur kan dat wel. Let op: hier zijn kosten aan verbonden.

Wat kunt u nog meer kiezen?

En als u hebt deelgenomen aan de beschikbare premieregeling: