Veelgestelde vragen

Heeft u een vraag over uw pensioen of zaken rondom uw pensioen? Bekijk onderstaande veelgestelde vragen om te ontdekken of uw vraag al door ons beantwoord is. Staat uw vraag hier niet tussen? Neem dan contact met ons op.

Bekijk alle vragen

Veelgestelde vragen over het nieuwe pensioenstelsel

  • Wat verandert er voor mijn pensioen van Pensioenfonds Astellas?

    Er komen nieuwe regels voor uw aanvullende pensioen van ons. Die gaan op z'n vroegst op 1 januari 2022 in.

    Premie

    Jongeren krijgen straks voor iedere euro premie méér pensioen dan ouderen. Want hun premie wordt langer belegd, bijvoorbeeld 40 jaar. Dat levert meer geld op dan de premie van een oudere. Want die premie kan bijvoorbeeld nog maar 10 jaar rente opbrengen.

    • Dit is gunstig voor jongeren, want zo krijgen zij de kans om voldoende pensioen op te bouwen.
    • Ouderen gaan hier niets van merken, want zij hebben al voldoende opgebouwd.
    • Voor de veertigers en vijftigers is dit minder gunstig. Het kabinet wil voor deze groep compensatie regelen.

    Meer persoonlijk pensioenvermogen

    We kunnen straks ook voor een andere pensioenregeling kiezen. Dat wordt een regeling met meer persoonlijk pensioenvermogen. Hierdoor wordt beter zichtbaar hoeveel pensioenvermogen jij als deelnemer in het pensioenfonds hebt opgebouwd. De beleggingswinsten en beleggingsverliezen worden dan wel met alle deelnemers samen gedeeld. Hoe die regeling er precies uit gaat zien, weten we nu nog niet.

    Zware beroepen

    Het kabinet gaat – samen met werkgevers- en werknemersorganisaties – kijken naar het pensioen voor mensen met een 'zwaar beroep'. We weten nog niet wat dit voor onze pensioenregeling betekent.

    10% in één keer

    Op uw pensioendatum mag u maximaal 10% van uw pensioenbedrag in één keer opnemen. Daarmee zou u bijvoorbeeld een deel van uw hypotheek kunnen aflossen. Maar het is nog niet bekend wat de voorwaarden precies zijn.

    Verhogen of verlagen?

    De regels voor het verhogen en verlagen van uw pensioen worden soepeler. We hoeven namelijk geen grote financiële reserves meer te hebben. Daardoor mogen we uw pensioen eerder laten meestijgen met de prijzen. Maar als het economisch tegenzit, gaat uw pensioen ook eerder omlaag.

    Blijft onze dekkingsgraad dit jaar boven de 100%? Dan hoeven we uw pensioen vanaf 2020 niet te verlagen. Vanaf 2022 mogen we uw pensioen wel verhogen als de dekkingsgraad hoger is dan 100%. Zakt de dekkingsgraad onder de 100%? Dan moeten we uw pensioen vanaf 2020 iets verlagen, totdat de 100% weer bereikt is.

    De hoogte van uw pensioen wordt dus minder zeker. Want uw pensioen schommelt mee met de economie.

    AOW en pensioen

    De nieuwe regels voor de AOW-leeftijd hebben geen invloed op de pensioenleeftijd van onze regeling. U krijgt uw aanvullende pensioen vanaf <pensioendatum standaard> jaar. Maar u mag uw pensioen wel eerder laten ingaan, bijvoorbeeld op uw AOW-leeftijd.

  • Moet ik actie ondernemen?

    Nee, want tot 2022 verandert uw pensioenregeling niet. Alleen de regels voor het verlagen van uw pensioen gaan al in 2020 in.

  • Wat verandert er voor mijn pensioen van de overheid (AOW)?

    Er zijn nieuwe regels voor de AOW-leeftijd. Die gaan op 1 januari 2020 in.

    • Tot 2022 is de AOW-leeftijd 66 jaar en 4 maanden. Dat is gunstig voor de mensen die de komende jaren met pensioen gaan.
    • Vanaf 2022 stijgt de leeftijd in stapjes naar 67 jaar in 2024.
    • Vanaf 2024 stijgt de AOW-leeftijd verder, maar minder snel dan eerder was afgesproken. Stijgt de levensverwachting met een jaar? Dan gaat de AOW-leeftijd met 8 maanden omhoog. En niet met 1 jaar, zoals nu. Dat is gunstig als u in of na 2024 de AOW-leeftijd bereikt.
         

    Lees meer

    Wanneer krijgt u AOW?
    En hoeveel?

Bekijk alle vragen

Vast of variabel pensioen

  • Hoe weet ik of ik pensioen heb opgebouwd in de DC-regeling (beschikbare premieregeling)?

    Als u deelnemer bent in de beschikbare premieregeling (DC-regeling), dan vindt u het opgebouwde bedrag terug op uw pensioenoverzicht (UPO). U vindt het bedrag ook op de beveiligde website van  NN IP, dat is de organisatie die de DC-regeling (beschikbare premieregeling) voor ons fonds uitvoert.

  • Wanneer kan ik kiezen tussen een stabiel of een variabel pensioen?

    15 jaar vóór uw pensioenrichtleeftijd (dat is op dit moment 68 jaar) maakt u een voorlopige keuze. U kunt ervoor kiezen om:

    • het risico in de beleggingen af te bouwen. Dat geeft meer zekerheid, maar ook kans op minder rendement (ook wel stabiel pensioen genoemd), of
    • door te beleggen met meer risico maar kans op meer rendement (variabel pensioen).

    U ontvangt hierover een brief van NN IP, dat is de organisatie die de DC-regeling (beschikbare premieregeling) uitvoert. U kunt uw keuze elk jaar aanpassen.

    Ongeveer 6 maanden voor uw pensioenrichtleeftijd moet u een definitieve keuze maken. Daarover ontvangt u automatisch een brief met een berekening van uw pensioenkapitaal en de uitkering die u kunt verwachten voor een stabiel pensioen.

    Onderstaande video licht toe wat de gevolgen zijn van de keuze voor een vast of een variabel pensioen.

  • Welke risico's loop ik als ik kies voor een stabiel pensioen?
    • Uw pensioen stijgt wellicht niet mee met de prijsstijging, dat is afhankelijk van de financiële positie van ons fonds;
    • Als het heel slecht gaat met ons pensioenfonds, dan kan uw pensioen worden verlaagd.
  • Welke risico's loop ik als ik kies voor een variabel pensioen?

    •De hoogte van uw pensioenuitkering kan variëren, afhankelijk van de resultaten die we met de beleggingen behalen. Dat betekent dat uw pensioenuitkering hoger wordt als de beleggingsrendementen goed zijn, maar ook lager wordt als de beleggingsrendementen in enig jaar negatief zijn.

Bekijk alle vragen

Inkoop in de middelloonregeling

  • Kan ik inkopen in de middelloonregeling?

    Als u in het verleden pensioenkapitaal hebt opgebouwd in de beschikbare premieregeling (DC-regeling) van Pensioenfonds Astellas kunt u er elk jaar voor kiezen uw pensioenkapitaal in te kopen in de middelloonregeling van het fonds. Als u gebruik kunt maken van deze keuzemogelijkheid, ontvangt u van ons een brief waarin staat tot wanneer u uw keuze kenbaar kunt maken.

  • Hoe weet ik of ik kapitaal heb opgebouwd in de beschikbare premieregeling?

    Als u deelnemer bent in de beschikbare premieregeling (DC-regeling), dan vindt u het opgebouwde bedrag terug op uw pensioenoverzicht (UPO). Uw laatste pensioenoverzicht kunt u downloaden in Mijn Pensioencijfers, de beveiligde omgeving van Pensioenfonds Astellas. U logt in met uw DigiD. Wilt u meer informatie over de beschikbare premieregeling (DC-regeling), lees dan ook de deelnemersbrochure

  • Wanneer kan ik inkopen in de middelloonregeling?

    Het pensioenfonds stuurt u elk jaar een brief over deze keuzemogelijkheid en de termijn waarop u een keuze moet maken. Uw keuze is éénmalig voor uw volledig opgebouwde pensioenkapitaal in de DC-regeling. Als uw pensioenkapitaal is omgezet naar pensioenaanspraken in de middelloonregeling, dan kunt u dat niet meer terugdraaien.

  • Hoe kan ik inkopen in de middelloonregeling?

    U ontvangt een brief over deze keuzemogelijkheid. Als u de keuze maakt om in te kopen in de middelloonregeling, dan vult u het bijbehorende formulier in en zorgt u ervoor dat het formulier binnen de daarvoor gestelde termijn geretourneerd wordt aan het pensioenfonds.

Bekijk alle vragen

Uniform Pensioenoverzicht

  • Wat is een Uniform pensioenoverzicht?

    Op het Uniform Pensioenoverzicht (UPO) staat wat u aan pensioen hebt opgebouwd bij ons. Voor uzelf en voor uw eventuele nabestaanden. Alle pensioenfondsen en verzekeraars gebruiken hetzelfde model voor het pensioenoverzicht. Hebt u een partner, dan kunt u gemakkelijk uw pensioenoverzicht met dat van uw partner vergelijken. En u kunt de bedragen op de pensioenoverzichten gemakkelijk bij elkaar optellen.

  • Wat staat er op het pensioenoverzicht?

    Op het pensioenoverzicht ziet u wat u tot januari dit jaar aan pensioen hebt opgebouwd bij ons. Wijzigingen per 1 januari van dit jaar staan niet in het pensioenoverzicht van dit jaar, maar in het pensioenoverzicht van volgend jaar.

    Verder vindt u de volgende informatie terug op het pensioenoverzicht:

    • de basisgegevens van u en eventueel uw partner
    • informatie over het door u opgebouwde pensioen
    • informatie over het te bereiken pensioen
    • een toelichting op het pensioenoverzicht
  • Wanneer krijgt u een pensioenoverzicht?
    • Werknemers die nu pensioen opbouwen bij ons ontvangen dit overzicht elk jaar. Hun pensioenoverzicht staat ook op Mijn Pensioencijfers.
    • Ook gepensioneerden ontvangen dit overzicht elk jaar.
    • Oud-werknemers die hun pensioen bij ons hebben laten staan toen ze uit dienst gingen, ontvangen dit overzicht minimaal elke 5 jaar. Online is er voor hen elk jaar een nieuw pensioenoverzicht beschikbaar. Dit kunnen zij downloaden vanaf de beveiligde omgeving Mijn Pensioencijfers van deze website.
Bekijk alle vragen

Mijnpensioenoverzicht.nl

  • Wat vindt u op Mijnpensioenoverzicht.nl?

    U krijgt een overzicht van hoeveel pensioen u in totaal kunt verwachten als u met pensioen gaat:

    • hoeveel AOW-pensioen u ontvangt van de overheid
    • hoeveel aanvullend pensioen u daarnaast tot nu toe hebt opgebouwd tijdens uw loopbaan
    • bij welke pensioenfondsen en –verzekeraars u pensioen hebt opgebouwd
    • hoeveel pensioen u in totaal kunt opbouwen als uw situatie niet verandert
    • hoeveel uw nabestaanden krijgen als u komt te overlijden

    Deze cijfers worden 3 keer per jaar geactualiseerd.

    U ziet ook een inschatting van uw pensioen als het mee-of tegenzit. U ziet in welke richting uw pensioen gaat als het langere tijd economisch goed of juist heel slecht gaat.

    Daarnaast vindt u uw gezamenlijk pensioen als u samen met uw partner inlogt en een overzicht van uw pensioen op 3 verschillende ingangsdata:

    • 2 jaar voor uw AOW-datum
    • op uw AOW-datum zelf en
    • 1 jaar na uw AOW-datum

    Naast persoonlijke pensioeninformatie vindt u er handige tips, informatieve video’s en begrijpelijke informatie over wat u moet doen voor uw pensioen bij sommige levensgebeurtenissen.

  • Wat toont Mijnpensioenoverzicht.nl niet?

    Op de website Mijnpensioenoverzicht.nl vindt u géén informatie over:

    • extra pensioen dat u misschien zelf hebt bijgespaard
    • de inhoud van uw huidige pensioenregeling: daarvoor kunt u terecht op deze website
    • pensioen in het algemeen en het Nederlandse pensioenstelsel
    • wezenpensioen dat al uitgekeerd wordt

    en meestal ook géén informatie over:

    • partnerpensioen dat u mogelijk ontvangt van het pensioenfonds van uw partner als uw partner komt te overlijden
  • Hoe logt u in op Mijnpensioenoverzicht.nl?

    Op Mijnpensioenoverzicht.nl logt u in met uw DigiD. Dat is uw persoonlijke inlogcode voor websites van de overheid, zoals de Belastingdienst. Door in te loggen met uw DigiD is uw privacy gegarandeerd. Alleen u kunt uw persoonlijke informatie zien. Als u uitlogt, wordt de informatie nergens bewaard. Hebt u nog geen DigiD? Of bent u uw wachtwoord vergeten? Kijk dan op www.digid.nl.

De belangrijkste wijzigingen van uw pensioen bij ons fonds

  • Pensioen sneller omhoog én omlaag

    De hoogte van uw pensioen is nu gekoppeld aan het salaris dat u gemiddeld verdiend hebt tijdens uw loopbaan. Straks wordt de hoogte afhankelijk van het pensioenkapitaal dat u hebt gespaard tijdens uw loopbaan. Hoeveel kapitaal u spaart, hangt af van hoeveel premie u betaalt en hoeveel ons fonds verdient met beleggen. Daardoor beweegt uw pensioen meer mee met de economie en de financiële markten dan nu. Gaat het goed met de economie en verdienen we geld met beleggen? Dan gaat uw pensioen sneller omhoog. Gaat het minder goed? Dan gaat uw pensioen sneller omlaag. Dit geldt voor alle pensioenen van werknemers, oud-werknemers én gepensioneerden.

  • Kiezen uit een gezamenlijke of een eigen pensioenpot

    Er komen straks twee regelingen. Dat zijn allebei zogenaamde ‘premieregelingen’. Daarin staan geen afspraken over de hoogte van uw pensioen, maar over het geld dat uw werkgever en u betalen (of betaald hebben) voor uw pensioen.

    Welke regeling wij krijgen, is nu nog niet bekend. De vakbonden en werkgevers kiezen een van de twee varianten voor 1 januari 2025.

    1. Gezamenlijke pensioenpot
    Ofwel het ‘nieuwe contract’. We beleggen het pensioengeld samen in één gezamenlijke pensioenpot. Daaruit betalen we de pensioenen. We reserveren ook geld in een buffer. Daarmee vangen we financiële tegenvallers op, bijvoorbeeld als het slechter gaat met de beleggingen. De vakbonden en werkgevers bepalen hoe we mee- en tegenvallers verdelen onder iedereen die bij ons fonds een pensioen heeft staan. Elk jaar berekenen we wat uw deel van de gezamenlijke pensioenpot is. Zo maken we een inschatting van uw pensioen straks. Die inschatting zal ieder jaar anders zijn.

    Hoe ziet de buffer eruit?
    Het fondsbestuur, vakbonden en werkgevers beslissen:
    - hoeveel we inleggen (maximaal 10% van de premie plus 10% van de winst met beleggen dat overblijft als de andere verplichten zijn verrekend);
    - wanneer we uitkeren uit de buffer
    - aan wie we uitkeren uit de buffer.

     

     

    2. Uw eigen pensioenpot
    Ofwel de ‘aangepaste verbeterde premieregeling’. Ook in deze variant beleggen wij de het pensioengeld. Maar u bouwt uw pensioenkapitaal op in uw eigen pensioenpot. We nemen meer risico met beleggen als u jong bent en nog ver van uw pensioen afstaat. Zo neemt de kans op een hoger pensioen toe. Als u ouder wordt en dichter bij uw pensioen komt, nemen we minder risico met beleggen. Daardoor verandert er niet veel meer aan uw pensioen vlak voordat u met pensioen gaat. In deze variant is er standaard geen buffer. Het kan wel zijn dat er eentje komt, maar dat moet niet.

    Welke regeling het ook wordt, we hebben straks niet meer te maken met de rekenrente. Ook vervalt de dekkingsgraad als graadmeter voor hoe ons fonds er financieel voor staat.

  • Jongeren bouwen meer pensioen op

    In het nieuwe stelsel betaalt iedere werknemer dezelfde premie, ongeacht de leeftijd. Jongere werknemers gaan meer pensioen opbouwen voor de premie die ze betalen en oudere werknemers minder. De euro’s van jongere werknemers kunnen immers nog langer in waarde stijgen, want het duurt nog lang voordat hun pensioen ingaat.

    • Jongeren krijgen de kans om voldoende pensioen op te bouwen.
    • Ouderen gaan hier niets van merken, want zij hebben al voldoende opgebouwd.
    • Voor de veertigers en vijftigers is dit minder gunstig. Want zij hebben als jongere minder opgebouwd en gaan in de toekomst niet méér opbouwen. Het pensioenfonds moet hiermee rekening houden. Hoe dat gebeurt, wordt nog uitgewerkt.

    Deze manier van pensioen opbouwen past beter bij deze tijd: mensen werken nog zelden hun hele loopbaan bij één werkgever. Ze bouwen dus ook zelden bij één pensioenfonds pensioen op. Nu is het nog zo dat de diensttijd belangrijk is voor de hoogte van het pensioen. Hoe langer iemand bij een fonds opbouwt, des te meer recht op pensioen bouwt hij op. Straks bepaalt de ingelegde premie en de waarde van de beleggingen hoeveel pensioenkapitaal iemand heeft. En dus hoe hoog het pensioen wordt.

  • Nabestaandenpensioen voor alle fondsen hetzelfde

    Ook voor het nabestaandenpensioen (partnerpensioen en wezenpensioen) zijn afspraken gemaakt. Nu zijn er nog grote verschillen tussen pensioenfondsen. Bij het ene pensioenfonds hebben nabestaanden van oud-werknemers wel nog recht op een uitkering bij overlijden, bij het andere pensioenfonds niet. Dat is verwarrend. Dit is nu voorgesteld voor alle fondsen:

    • Overlijdt u na uw pensioendatum? Dan krijgt uw partner in principe een pensioen dat 70% is van het pensioen dat u van ons ontving. Hierin wijzigt niets.
    • Overlijdt u voor uw pensioendatum? Dan krijgt uw partner alleen een uitkering van het fonds waar u op dat moment pensioen opbouwt. De hoogte hangt af van uw salaris. Als u een tijd geen werk hebt, houdt uw partner ook recht op deze uitkering. Nu hangt de hoogte van de uitkering af van hoeveel pensioen u had kunnen opbouwen tot uw pensioen. (Of, als u niet werkt, hoeveel pensioen u had opgebouwd.) Verder kunt u ervoor kiezen om een stukje van uw pensioen te gebruiken om een partnerpensioen voor uw partner te regelen voor als u langere tijd niet werkt of een eigen bedrijf begint.
    • Ook het wezenpensioen voor kinderen verandert: alle kinderen krijgen het uitgekeerd tot hun 25ste. Nu is dat vaak tot hun 18e of 21ste en alleen langer (tot maximaal 30 jaar) onder voorwaarden, bijvoorbeeld als ze studeren. Ook gaat de uitkering voor kinderen van overleden deelnemers omhoog.
  • Hoe berekenen we straks uw pensioenuitkering?

    Als u gepensioneerd bent, verandert uw pensioenuitkering ook. We kijken ieder jaar:

    • hoeveel geld er voor u in de pensioenpot zit;
    • hoe de economie het naar verwachting de komende jaren gaat doen;
    • hoe oud mensen gemiddeld worden. Hoe langer mensen leven, hoe langer mensen pensioen krijgen.

    We rekenen uw (deel van de) pensioenpot elk jaar om naar een pensioen. Omdat het bedrag in de pot wisselt, gaat ook de uitkomst van die berekening elk jaar omhoog of omlaag. Uw pensioen schommelt dus ieder jaar. Wel proberen we die schommelingen zo klein mogelijk te houden.

  • Hoe stappen we over?

    Om over te gaan van het huidige stelsel naar het nieuwe stelsel moeten vakbonden en werkgevers ) een plan maken. Daarin staat bijvoorbeeld:

    • of ze kiezen voor een regeling met een gezamenlijke of individuele pensioenpot;
    • hoe ze de opgebouwde pensioenen van dat moment willen omzetten in het nieuwe pensioen;
    • hoe ze groepen compenseren die anders minder pensioen zouden krijgen (veertigers en vijftigers)

    Het Verantwoordingsorgaan krijgt meer zeggenschap.

    Komen vakbonden en werkgevers er samen niet uit?
    Dan is er een stok achter de deur. Er komt een onafhankelijke commissie met vertegenwoordigers van werkgevers en (oud-)werknemers. Die gaat bemiddelen. En als er voor 1 januari 2025 nog geen besluit is, kan die commissie ook een bindend advies geven.

  • Waarom verandert ons pensioenstelsel?

    Ook al is ons pensioen in Nederland goed geregeld, er moesten een aantal problemen worden opgelost.

    • Pensioenen kunnen nu bijna niet meestijgen met de prijzen, ook niet als het economisch goed gaat.
    • Jongeren betalen nu te veel voor het pensioen dat ze later krijgen; ouderen betalen te weinig. Dat is geen probleem als zij hun hele leven bij een of meer fondsen pensioen opbouwen. Maar het is wel een probleem als ze op latere leeftijd voor zichzelf beginnen en weggaan bij het pensioenfonds.

    Bekijk deze film op de website van de Rijksoverheid.

  • Moet u nu actie ondernemen?

    Nee, want tot 2023 verandert uw pensioenregeling niet.

    Wel is het straks nóg belangrijker dat u regelmatig uw pensioen checkt, want de hoogte van uw pensioen wordt minder zeker.

    Krijgt u al pensioen? Dan verandert er voor u tot 2023 niets.

  • 10% in één keer

    Op uw pensioendatum kunt u er straks voor kiezen om in één keer een bedrag uit uw pensioen op te nemen. Het gaat om maximaal 10% van de waarde van uw opgebouwde ouderdomspensioen. Het pensioen dat u daarna elke maand krijgt uitbetaald, gaat dan de rest van uw leven omlaag. Hebt u een partner? Dan moet hij of zij instemmen met uw keuze. Belangrijk is dat uw pensioen dus niet te veel omlaag gaat, zodat u (of uw partner na uw overlijden) nog kunt rondkomen. Eenmaal opgenomen pensioengeld kunt u niet meer terugstorten.

    Overweegt u deze keuze? Dan is het goed om te weten dat het om een bruto bedrag gaat. Dat betekent dat u hierover nog belasting moet betalen. Omdat het gunstiger kan zijn om de uitkering later te ontvangen, is het – in het huidige plan – ook mogelijk om het bedrag ineens later te ontvangen: in februari van het jaar nadat uw AOW is ingegaan.

    Verder heeft de uitkering van het bedrag ineens invloed op de hoogte van eventuele toeslagen die u ontvangt. Die worden misschien lager.

    De Eerste Kamer is in januari 2021 akkoord gegaan met het wetsvoorstel. De ingangsdatum is daarbij een jaar opgeschoven. Als alles volgens planning verloopt, krijgen nieuwe gepensioneerden vanaf 1 januari 2023 deze nieuwe keuze aangeboden.
    Er is wel een aantal voorwaarden aan verbonden. Zo moet het pensioen hoog genoeg zijn (grensbedrag is ruim € 500 bruto per jaar), moet de partner instemmen als het partnerpensioen omlaag gaat en kan deze keuze niet gecombineerd worden met de keuze om eerst een aantal jaren meer pensioen te ontvangen en daarna minder.

  • Uw persoonlijke pensioenspaarpot blijft bestaan

    Mogelijk hebt u voor 2015 een extra pensioenpot opgebouwd uit de oude FUT- en bijspaarregeling. Die pensioenpot (beschikbare premieregeling, ook DC-regeling of premieovereenkomst genoemd) is ondergebracht bij NN IP. Er wordt geen geld meer in gestort, de pensioenpot groeit alleen nog bij een positief rendement op de beleggingen. Op het moment dat u met pensioen gaat, kunt u met die pensioenpot extra pensioen aankopen bij een (ander) pensioenfonds of een andere verzekeraar.

    Of dit zo blijft, hangt af van de keuze die vakbonden en werkgever(s) maken voor een gezamenlijke pensioenpot of een eigen pensioenpot.

  • Wat verandert er in de tussentijd?

    Minister Koolmees wil graag tijdelijk andere regels voor wanneer wij de pensioenen mogen verhogen of moeten verlagen. Deze regels gelden vanaf het moment dat de nieuwe wet er is (uiterlijk 1 januari 2023) tot het moment dat onze pensioenregeling is aangepast (uiterlijk 1 januari 2027).

    In de overgangsperiode
    Tussen 2023 en 2027:

    • hoeven we de pensioenen minder snel te verlagen dan volgens de huidige regels, en
    • mogen we de pensioenen sneller verhogen dan volgens de huidige regels.

     


    Andere regels verlaging pensioen
    Een pensioen verlagen moet nu als onze dekkingsgraad lager is dan zo’n 104%. De minister heeft dat over 2020 en 2021 al eens verlaagd naar 90%. Volgens de overgangsregels wordt dat ook 90%. Op het moment dat we onze pensioenregeling veranderen (uiterlijk in 2027) moet de dekkingsgraad minimaal 95% zijn.

    Andere regels verhoging pensioen
    Een pensioen verhogen mag nu als onze beleidsdekkingsgraad hoger is dan 110%. Volgens de overgangsregels wordt dat 105%. Dat is positief. Deze grens kunnen wij eerder halen. Minister Koolmees kijkt of die grens van 105% ook al in 2022 kan gelden. Hier staat meer informatie over de verschillende dekkingsgraden en onze financiële positie.